
WILLEMSTAD - Het nieuwe rapport over de staat van de Caribische koraalriffen van het Global Coral Reef Monitoring Network stuit op stevige kritiek van wetenschappers op Curaçao. Stichting CARMABI stelt dat het in het rapport gebruikte rekenmodel op meerdere punten sterk afwijkt van de werkelijk gemeten situatie, onder meer rond de omvang en de staat van de koraalriffen bij Curaçao.
Volgens CARMABI is bij de inventarisatie van veranderingen in de hoeveelheid koraal in 44 Caribische landen gebruikgemaakt van een mathematisch model dat ook schattingen maakt voor locaties waar geen metingen beschikbaar zijn. Dat model kan volgens de stichting op zichzelf functioneren, maar de uitkomsten blijken op plekken waar wél uitgebreid is gemeten, zoals op Curaçao, vaak ver uiteen te lopen van de feitelijke gegevens.
Mark Vermeij van CARMABI, die een jaar meewerkte aan het rapport maar zich later terugtrok, zegt dat deze afwijkingen herhaaldelijk zijn gemeld bij GCRMN, maar dat daar niets mee is gedaan.
Stormschade
Naast de verschillen in koraalbedekking wijst CARMABI ook op onjuistheden in de toeschrijving van stormschade. In het rapport wordt gesteld dat stormen zoals depressie Felix in 2008 en Isidore in 2004 grote schade hebben aangericht aan de koraalriffen van Curaçao.
Volgens Vermeij is daar in werkelijkheid geen sprake van geweest, terwijl stormen die wél schade veroorzaakten, zoals Lenny en Omar, in het rapport juist niet worden genoemd.
Ook de in het rapport genoemde oppervlakte van de koraalriffen rond Curaçao roept volgens CARMABI vragen op. In het GCRMN-rapport wordt gesproken over 103 vierkante kilometer aan riffen. Vermeij stelt dat deze schatting fysiek niet klopt met de geografische situatie rond het eiland en volgens hem opnieuw wijst op een te grote afhankelijkheid van modelberekeningen.
Kernboodschap
CARMABI benadrukt dat de kernboodschap van het rapport overeind blijft, namelijk dat de hoeveelheid koraal in het Caribisch gebied sterk is afgenomen. Tegelijk wijst de stichting erop dat het werken met regionale gemiddelden geen recht doet aan lokale verschillen.
Op Curaçao bestaan volgens CARMABI nog steeds riffen die tot de beste van de regio behoren, waaronder bij Oostpunt, Klein Curaçao en Kaap Marie. Deze riffen vertonen volgens de onderzoekers meer herstelvermogen dan zwaar aangetaste delen elders op het eiland.
De stichting spreekt van een gemiste kans om de staat van de koraalriffen in de regio helder en nauwkeurig in beeld te brengen. CARMABI werkt momenteel aan een eigen rapport over de toestand van de riffen rond Curaçao, dat meer detail moet bieden en volgens de organisatie beter aansluit bij lokale meetgegevens.



































